
Hoe sport en bewegen het verschil kan maken bij chronische aandoeningen
Er zijn in Nederland ongeveer 5,3 miljoen mensen met een matig tot ernstig chronische aandoening. En dat aantal mensen neemt steeds verder toe. Dit heeft deels te maken met de vergrijzing en de toename van mensen met overgewicht (16% van de bevolking heeft obesitas). Maar ook met de vooruitgang in de gezondheidszorg, die ervoor zorgt dat chronische aandoeningen steeds vaker vroegtijdig worden herkend en dat mensen langer met deze aandoeningen kunnen leven.
Sport en bewegen speelt hierbij een belangrijke rol. Een groot deel van de mensen met een chronische aandoening heeft veel baat bij het beoefenen van sport en lichaamsbeweging. Regelmatige beweging kan zelfs fungeren als preventie voor het ontstaan van chronische aandoeningen. Maar van deze groep voldoet maar liefst 57 % (nog) niet aan de gestelde beweegrichtlijnen. Dit komt neer op zo’n 3 miljoen mensen die baat zouden hebben bij het meer sporten en bewegen. Een grote kans voor ondernemende sportaanbieders!
Factoren die het beweeggedrag beïnvloeden
Een aanzienlijk deel van deze doelgroep heeft moeite om (meer) te bewegen, ondanks dat ze zich bewust zijn van de voordelen. Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op hun beweeggedrag. Zo spelen leeftijd en de sociaaleconomische positie (SEP) een grote rol. Mensen met een chronische aandoening zijn gemiddeld ouder en hebben vaker een lage SEP, wat vaak samengaat met minder gelegenheid of motivatie om te sporten. En dit heeft grote gevolgen voor hun fysieke en mentale gezondheid.
Belemmeringen voor beweging
Veel mensen met een chronische aandoening ervaren ook belemmeringen die hen ervan weerhouden om (meer) te gaan bewegen. De belangrijkste obstakels zijn:
- Lage motivatie of vertrouwen: veel mensen met chronische aandoeningen hebben weinig vertrouwen in hun vermogen om structureel meer te gaan bewegen, wat hen verder ontmoedigt.
- Vermoeidheid of het gevoel het niet vol te kunnen houden: zo’n 60% van de mensen met een chronische aandoening geeft aan dat ze zich vermoeid voelen of niet het vertrouwen hebben om hun beweegdoelen vol te houden.
- Pijn en angst: vooral pijn, maar ook de angst om zich te blesseren of negatieve gevolgen van het sporten te ervaren, spelen een belangrijke rol in het besluit om niet te gaan bewegen.
Kans voor ondernemers in de sport- en zorgsector
Het goede nieuws is dat er grote kansen liggen voor ondernemers die zich richten op het bevorderen van bewegen bij mensen met een chronische aandoening. Er is namelijk wel degelijk een wil bij deze groep om meer te bewegen. Zo geeft 60% van de mensen met een chronische aandoening, die niet voldoen aan de beweegrichtlijnen, aan dat ze wel graag meer zouden willen bewegen. Zij zien de fysieke voordelen en de sociale aspecten als belangrijke redenen om meer te bewegen. Maar ze hebben daar de juiste hulp bij nodig.
Hoe ondernemende sportaanbieders mensen met een chronische aandoening kunnen helpen:
Praktijkvoorbeeld: sporten met Parkinson
Een mooi voorbeeld van hoe beweging de gezondheid van mensen met een chronische aandoening kan bevorderen, is het onderzoek naar de effecten van bewegen bij mensen met Parkinson. Het blijkt dat mensen met Parkinson die drie keer per week sporten hun klinische symptomen stabiel kunnen houden, terwijl de mensen die niet sporten vaak sneller achteruitgaan. Onderzoekers hebben zelfs hersenscans gemaakt van de patiënten voor en na het sporten, en daaruit bleek dat de gezonde hersendelen functies van de beschadigde hersendelen overnamen, wat de ziekte zelfs kan remmen.
Dit soort resultaten benadrukken het belang van regelmatige lichaamsbeweging voor mensen met chronische aandoeningen en toont aan dat sporten niet alleen symptomen kan verlichten, maar ook de progressie van ziekten kan remmen.